Oorlogsverhaalinmelick.rolanddanckaert.nl
Home » PROLOOG

PROLOOG

PROLOOG

 

Soms laat je heel lang na om iets dat je intrigeert tot op de bodem uit te zoeken. Uiteindelijk wint de onvermoeibare nieuwsgierigheid het dan toch van de onverschillige laksheid en start je het graven naar het verhaal en de waarheid achter je object van fascinatie.

 

Al heel veel jaren passeer ik tijdens mijn natuurwandelingen bij het Midden-Limburgse dorpje Melick (nabij de bisschopsstad Roermond) een laag, naamloos en stevig houten kruis waarop op een metalen plaatje met witte verfcijfers een datum is gekalkt: 1-11-1944.

Het eenvoudige maar mysterieuze en daardoor fascinerende crucifix van twee donkerbruine houten palen, die met een metalen constructie aan elkaar zijn bevestigd, is gesitueerd op een charmant zandweggetje dat onder andere is te bereiken vanaf de bomenrijke Melickerweg, de openbare weg van hert kerkdorp Herkenbosch naar het oorspronkelijk Middeleeuwse kerkdorp Melick.

Het kruis ziet er niet uit alsof iemand het heel snel binnen een uurtje in elkaar heeft geknutseld. Er is duidelijk werk van gemaakt. In de horizontale paal is een holte gemaakt, zodat de kom van deze de verticale paal als het ware omarmt. Het gebruik van metaal duidt er eens temeer op dat hier niet iemand even snel met wat spijkers een kruis in elkaar heeft getimmerd.

 

Het kruis staat ongeveer2,5 metervan het weggetje, in de struikberm van het pad, vlak voor een bosje. Aan de overkant bevinden zich aspergeakkers. Reeds honderden keren was ik aan het religieuze symbool voor een overledene voorbij gegaan. Iedere keer vroeg ik mij gebiologeerd af voor wie het gedenkteken was ‘ontworpen’ en in de Limburgse aarde was geslagen. Telkens was ik te passief om het te onderzoeken. Of ik had het te druk met andere interesses en activiteiten.

 

Op een dag hield ik opnieuw, voor de zoveelste maal, stil bij het kruis en besloot iets in mij dat het afgelopen moest zijn met de onzekerheid. Ik zou en moest te weten komen wat het kruis te betekenen heeft.

 

Als eerste raadpleegde ik mijn schoonvader, een geboren en getogen Melickenaar. Hij vertelde mij dat waar het kruis staat vroeger de niet-christenen, (zelf)moordenaars, vreemdelingen en ongedoopte kinderen werden begraven. In ongewijde aarde. In de Middeleeuwen werden deze heidense begraafplaatsen meestal aangelegd aan de noordkant van de kerk of het dorp, omdat de demonen aan de noordkant zouden resideren.

Het tweede en laatste dat de vader van mijn vrouw wist te melden, is dat er op de plek waar het kruis staat niet zo lang voor het einde van de Tweede Wereldoorlog een Duitser zou zijn gevonden. Wie hij was (militair of burger), hoe hij heette, hoe hij daar terecht was gekomen en wie hem had gevonden, daarover kon mijn schoonvader mij geen informatie geven. Zo zie je maar dat zelfs iemand die al bijna tachtig jaar, zijn hele leven lang, in Melick woont niet het precieze verhaal kent achter het kruis. Voor mij een reden te over om inzicht te willen krijgen in de legende.

 

Mijn nieuwsgierigheid naar de parabel van de naamloze dode was dus nog meer gewekt. Bij de eerste de beste navraag die ik had gedaan, waren me immers al twee interessante ‘nieuwtjes’ ter ore gekomen: daar waar ik dikwijls ontspanning zoek in de natuur zouden decennialang niet-christenen ter aarde zijn  besteld. Niet-christenen dus, oftewel mensen die niet in aanmerking kwamen voor een plaatsje op het kerkhof. Als je niet voldeed aan de normen en waarden van de katholieke kerk en als je niet aangesloten was bij een parochie (en niet betaalde voor een  graf bij of in de kerk), dan was je blijkbaar niet goed genoeg voor een plekje op een eeuwige rustplaats waar allemaal zielen lagen die zogenaamd wél naar de hemel gingen.

Ik had me nooit eerder gerealiseerd dat dit onderscheid werd gemaakt en dat er dus best veel dode mensen waren die het in de ogen van het kerkbestuur en van de kerkgangers niet verdienden om op een kerkhof te rusten te worden gelegd. En sommige individuen wilden het wellicht ook niet, vanwege eventuele afkeer voor alles dat naar religie riekt.

 

Als het kruis dus staat op een plek waar vroeger onder andere vreemdelingen zouden zijn begraven en als het crucifix in elkaar zou zijn geknutseld voor een verdwaalde Duitser, dan leek de versie van mijn schoonvader hout te snijden. Eén en één is twee.

Vanaf dat moment werd mijn curiositeit alleen maar sterker. Want ik vroeg mij onmiddellijk na het vernemen van dit relaas af wie deze Duitser dan precies was, of hij op de plek van het kruis begraven ligt en wie voor hem dat kruis heeft of hebben opgericht.

 

Ik bedacht mij niet en schreef meteen na het telefoontje met mijn familiaire ‘inlichtingendienst’ een e-mail naar de gemeente Roerdalen waar de kerkdorpen Melick en Herkenbosch deel van uit maken. In deze mail stelde ik mij voor als freelance journalist/schrijver (wat ik ook ben), alhoewel ik op dat moment geen werk had en als huisman functioneerde.

Ik vroeg aan de geachte heer of mevrouw van de gemeente of iemand van de ambtenarij mij helderheid kon verschaffen over het door mij beschreven kruis. ‘Wellicht biedt de informatie materiaal voor een boek of artikel’, schreef ik.

 

Ik sloot mijn digitale brief af met de hoop op meer informatie. Vanaf dat moment kon ik alleen maar wachten op een reactie. Erg hoge verwachtingen op uitgebreide informatieverschaffing had ik eerlijk gezegd niet. Ik was bang dat mijn e-mail raar gevonden zou worden, zo van: ‘Waar maakt die man zich druk om?’ Of: ‘Wie is die Roland Danckaert dan wel, dat hij denkt hier een boek over te kunnen of te moeten gaan schrijven?’

 

Vertwijfeld vroeg ik mij af of iemand bij de gemeente meer gegevens zou hebben en zo ja, zou willen delen, met mij. Ik was in elk geval bereid met de betrokkenen te gaan praten en aan de hand van informatie en interviews een reconstructie te schrijven van wat er aan het plaatsen van dit kruis allemaal vooraf was gegaan…

 

Of het een spannende vertelling was of niet, ik wilde sowieso voor mezelf gemoedsrust: ik zou en moest uitzoeken hoe dat nou zat met dat kruis. Ik was nu al zo vaak langs het crucifix gelopen en het had me telkens voor zoveel raadsels gesteld dat ik eindelijk het verhaal erachter wilde leren kennen.